PvdA epe Afdeling Epe

PVDA - epe - Algemene Beschouwingen PvdA Epe 2011

Algemene Beschouwingen PvdA Epe 2011

Vandaag, tijdens de bespreking van de begroting, las Henk van Kessel de Algemene Beschouwingen van de PvdA Epe tijdens de vergadering van de Gemeenteraad door.
Lees de tekst hierna !

Algemene beschouwingen bij de begroting 2012

De eerste vraag die wij, de fractie van de PvdA, ons stellen is: is de huidige begroting

solide? En het antwoord is, ook weer van onszelf: zéker - zo lang je let op de “interne

logica”. De begroting past in het collegeakkoord, in de perspectiefnota van dit voorjaar

en is getalsmatig sluitend. Geen wonder natuurlijk, want dit college en dit ambtelijk

apparaat hebben een langjarige traditie van financiële degelijkheid opgebouwd en van

die traditie wordt niet afgeweken. Opnieuw: hulde daarvoor.

Maar er is niet alleen een interne logica. De externe omstandigheden, die in de komende

jaren de werkelijkheid en onze mogelijkheden veel sterker zullen bepalen dan onze

lokale politieke keuzes, zijn de ontwikkelingen in de nationale economische en sociale

politiek en, voor zover het financiële stabiliteit betreft, de Europese en mondiale

ontwikkelingen.

Daarover dus eerst een paar opmerkingen.

Vanaf 2012 zal het accres weer meebewegen met de gecorrigeerde rijksuitgaven, maar

de minieme stijgingen die voor de daarna komende jaren worden verwacht zijn

gebaseerd op schattingen van macro-economische groei en wie eerlijk, is moet

bekennen dat er eigenlijk géén macro-economische indicaties zijn die aangeven dat zich

op korte en middellange termijn weer groei zal voordoen. En er is zeker onder de

huidige regering, met haar idolate fixatie op “de markt”, geen verschuiving van middelen

ten gunste van gemeenten te verwachten bij een niet of nauwelijks groeiend nationaal

inkomen. Sterker: de ervaring leert dat waar de regering gemeentelijke uitgaven al

omhoog dwong door gemeentes nieuwe taken op te leggen, het bijbehorende budget

vaak omlaag ging.

Daar komt bij dat de discussie over inkomsten en uitgaven, tekorten, in beladen termen

wordt gevoerd. Bijvoorbeeld in de zorg is het de gewoonte geworden de uitgaven te

omschrijven als “lasten”, die “de pan uitrijzen”, “onhoudbaar”, “onbetaalbaar” zijn, enz.

Niemand praat in die termen over bv. de kosten van communicatie: de moderne mens is

behangen met elektronische apparatuur om elk moment van het etmaal te kunnen

kwekken, twitteren, fotootjes en filmpjes delen, chatten, wat niet al. En elk jaar komt er

wel iets bij, zodat de uitgaven daaraan de afgelopen jaren werkelijk exponentieel

gegroeid zijn, maar van “de pan uitrijzen”, “onhoudbaarheid” enz. hoor je hier nooit. Het

nationale uitgavenpatroon verandert met de demografische samenstelling - zo simpel is

het. Geen enkele reden om over bepaalde uitgaven in alarmistische termen te spreken.

Iets vergelijkbaars (of juist omgekeerd, ’t is maar hoe je het bekijkt) geldt voor schulden.

Nederland is een land met een zeer hoge schuldquote. Niet vanwege de staatsschuld,

maar vanwege particuliere schulden, voor een goed deel hypotheekschulden. Over de

staatsschulden schreeuwt men moord en brand (bij voorkeur over andere landen:

Griekenland, Italië) maar als Klaas Knot van DNB (bepaald niet als eerste) zegt dat onze

gezamenlijke hypotheekschuld ons financiële systeem onstabiel dreigt te maken, dat er

daarom nu toch echt iets met de hypotheekrenteaftrek zal moeten gebeuren, merkt onze

premier kalmpjes op dat hij “het niet met de bankpresident eens is”. Terwijl toch in

2008 de kredietcrisis echt door (Amerikaanse) hypotheekschulden aan het rollen is

gebracht, of Rutte en Verhagen het daar “mee eens” zijn of niet.

Dus wat staat de Nederlandse gemeenten, wat staat ons in Epe te wachten: geen exogene

groei èn geen verschuiving. We zullen misschien wel een toenemend beroep moeten

doen op de ruimte die er nog zit in onze eigen belastingen: de OZB bijvoorbeeld.

Niemand is er natuurlijk vóór om die verder te verhogen, maar wie weet zal het niet

anders kunnen.

Het is daarom in ieder geval heel verstandig vast te houden aan bv. de oorspronkelijk

geraamde 3 miljoen aan ombuigingen. Er klonken in de commissievergadering geluiden

dat het allemaal misschien wel zal meevallen en dat van die 3 miljoen wel wat af kan. Die

verwachting/hoop is op werkelijk niets gebaseerd. Niemand, ook ik niet, hoopt dat

slechte verwachtingen uitkomen, maar aan de andere kant heeft het ook geen zin om ze

te verzwijgen. Wij overwegen een motie in te dienen

Nu dan specifiek enkele opmerkingen over concrete punten uit de begroting.

Toekomstvisie

Aangekondigd wordt een nieuwe toekomstvisie. Die zou eigenlijk al in 2010

gepresenteerd zijn (tot zover liep immers de vorige), later werd zij aangekondigd voor

begin 2011, maar nu dan toch binnenkort in dit theater. Enigszins verontrustend vinden

wij dan dat van het uitblijven van zo’n visie eigenlijk weinig gemerkt wordt. Dat roept de

vraag op: haalt het wel iets uit? Veel van wat we schreven in de Toekomstvisie Epe 2010

kan ongewijzigd zó in de nieuwe. Veel daarvan blijkt ook niet uitgevoerd. In het gebied

ten westen van de dorpenweg, waar natuurwaarden en rust voorop zouden staan, zijn of

worden inmiddels gewoon kassen en stallen voor intensieve veehouderij gebouwd. Het

lijkt op z’n minst nuttig eerst eens goed te bekijken wat er terecht gekomen is van de

vorige visie, voor we beginnen met het opstellen van een nieuwe. We moeten het beeld

van een gemeentehuis waar men zich voornamelijk bezighoudt met het heen en weer

schuiven van bedrukt papier niet méér voeden dan nodig is.

Duurzaamheid

Dat sluit aan op een ander “groot” onderwerp: Duurzaamheid

In Epe wil duurzaamheid nog niet echt belangrijk worden. Dat ligt natuurlijk ook aan de

houding van veel mensen dat ze in deze tijd wel iets anders aan hun hoofd hebben (wat

ook de houding is van de huidige regering). Maar een probleem dat op de lange duur

belangrijk is - zoals we in de door deze raad aangenomen motie “duurzaamheid” zelf

hebben geconstateerd - lost zich niet vanzelf op als er een tijdje geen politieke

belangstelling voor is. Voor Epe is van belang: Nederland behoort al sinds jaren tot de

wereldtop-3 van agrarische exporteurs: in 2010 waren we na de VS de grootste! Voor de

haast dichtst bevolkte staat ter wereld, met een op een huis-tuin-en-keuken globe

nauwelijks zichtbaar oppervlak, is dat natuurlijk een absurde situatie. De

staatssecretaris die hierover gaat schrijft dat, geheel in de geest van de tijd, toe aan

“topondernemerschap”. Hij had beter kunnen zeggen dat dat komt omdat we ons

aardgas verstoken in kassen, dat we van ons ooit zo mooie landschap één groot

bedrijventerrein maken met stallen waarvan de maat in hectares wordt bepaald, met

kassencomplexen waarvoor “glazen stad” allang niet meer een toepasselijke aanduiding

is - het is glazen land geworden. Er zijn landen die een concurrentievoordeel halen uit de

“uitverkoop” van hun arbeid - de mensen, kinderen vaak, werken daar haast voor niets -

Nederland haalt dat voordeel door de uitverkoop van natuur en ruimte.

Dat je dan bv. de EHS wegzet als een linkse hobby, dat duurzaamheid überhaupt van de

nationale politieke agenda is geschrapt, dat is wel consequent gedacht in de wereld van

korte-termijn eigenbelang, maar ook niet meer dan dát.

Steeds sterker worden ook de geluiden dat de volksgezondheid reëel gevaar loopt bij de

agrarische ontwikkelingen. Houden wij daar bij de afwegingen over het LOG wel

voldoende rekening mee? Gelukkig gaat het met dat LOG allemaal niet zo snel. Dat geeft

ons wellicht de mogelijkheid ook de meest recente gezondheidsrapportages mee te

nemen bij het maken van de definiteve plannen.

Wij overwegen een motie in te dienen

Wat ons heeft verrast is dat we de doelen op het gebied van afvalscheiding en -

hergebruik vooralsnog niet zullen halen, zoals onlangs terloops door het college is

meegedeeld. We vernemen nog graag hoe het college die doelen op termijn wèl denkt te

halen. Eén manier zou o.i. kunnen zijn dat het plastic wordt ingezameld m.b.v. containers

i.p.v. in wel uiterst kwetsbare plastic zakken.

Wij overwegen een motie in te dienen

Sociaal

Over enkele weken zullen we de werking van de WMO in de afgelopen tijd evalueren,

aan de hand van o.a. de benchmark WMO. We vinden het jammer dat deze benchmark

niet vóór deze begroting kon worden besproken, en nemen daarom de vrijheid er nu

toch al iets over te zeggen. De overall conclusie van de benchmark, weergegeven in een

zg. “thermometer”, luidt: De wmo-thermometer laat zien dat uw gemeente lager dan het

gemiddelde van uw gemeentegrootteklasse scoort en lager dan het gemiddelde van de

benchmark scoort. Een vrijwel identiek oordeel wordt gegeven over de

beleidsparticipatiemeter. Dat is toch niet iets om trots op te zijn. Terwijl we met het

buurtgericht werken in onze gemeente zulke goede goede ervaringen hebben opgedaan

(Berkenoord 2). Was niet VVD wethouder Lagerweij toen een van de initiatiefrijke

inspiratoren? We zouden op die ervaringen kunnen voortbouwen bij bv.

mentorprojecten om bewoners te “leren” succesvol buurtgewijs te werken. De gemeente

als initiator en facilitator bij het bevorderen van de “eigen kracht” van de burgers.

Mantelzorgers, op wie steeds meer een beroep wordt gedaan, verdienen in deze visie

óók de bijzondere aandacht en ondersteuning van de gemeente en wij roepen het

college op daartoe met voorstellen te komen.

Wij overwegen een motie in te dienen

Wij nemen aan, weten ook wel, dat het college zal komen met voorstellen en beleid op

deze punten. Wat ons dan treft, is dat waar we nog niet weten wat ons op deze terreinen

financieel te wachten staat, het college met grote blijmoedigheid geld uitgeeft of

reserveert voor een haast frivool te noemen onderwerp als bv. kunstgras. Voor die

investering hebben we gelukkig nog tot 2014 tijd om er nog eens goed naar te kijken,

maar wij willlen ons, om het zo maar eens uit te drukken, nadrukkelijk het recht

voorbehouden om meer middelen dan nu zijn voorzien beschikbaar te stellen voor het

minstens op benchmark-niveau brengen van onze WMO-voorzieningen.

Op de terreinen van werken, zorg, opvoeding zal het Rijk de komende jaren naar

verwachting tot een bedrag van 10 mjd doorschuiven naar de gemeenten - onder een

gelijktijdige korting van 2 mjd, voornamelijk via de wet WnV. Alles op het terrein van het

sociale programma zal dan samen zo ongeveer de helft van de gemeentelijke begroting

beslaan. Zijn we daarop voorbereid?

We herinneren het college graag (hoewel .. ) aan onze toevoeging via amendement op de

perspectiefnota van dit voorjaar:

“Ten aanzien van de decentralisatie van rijkstaken met (efficiency) kortingen,

wordt de gedragslijn gekozen dat de kortingen, om in de uitgangssituatie een

meerjarenbegroting te kunnen opstellen, in principe worden doorberekend aan

het betreffende taak/werkveld. Uiteraard kan de raad, op het moment van het

daadwerkelijk overdragen van de taken, eigen inhoudelijke en financiële

afwegingen maken.”

Wij overwegen een motie in te dienen

Over de WMO zal dus binnenkort uitgebreider gesproken worden en wij zullen dan ook

het schrijven van de WMO-adviesraad meenemen. Wat we in ieder geval willen

voorkomen, en daarin steunen wij de WMO-adviesraad, is dat armoede, of gebrekkig

sociaal functioneren, als het ware “erfelijk” wordt: je wordt voor een dubbeltje geboren

en zult dáárom nooit een kwartje kunnen worden.

Meer en meer gemeenten (ongeveer de helft nu al) passen social return toe, een manier

om onder andere langdurig werklozen en arbeidsgehandicapten via gemeentelijke

aanbestedingen zinvol aan het werk te helpen met uitzicht op een echte baan met een

fatsoenlijk salaris. Dat gaat dan via de zogeheten 5-procentsregeling: Gemeenten die

werk aanbesteden of diensten inkopen vragen bedrijven een percentage van de

aanbestedingssom te gebruiken voor het inzetten van bijvoorbeeld bijstandscliënten.

Ook de gemeente zelf kan zo’n regeling natuurlijk toepassen. Een social return-regeling

is geen vervanging van reïntegratiebeleid, maar ondersteunend daaraan. Wij horen

graag hoe het college over zulke arrangementen denkt.

Wij overwegen een motie in te dienen

De bebouwde omgeving

Wat valt je op als je zo eens door de gemeente Epe fietst?

Dat er een groot gat is gevallen in de gevelwand van de Dorpsstraat in Vaassen, dat wie

Epe vanuit het zuiden binnenrijdt, een groot leegstaand gebouw ziet waar vroeger

Ladders Post stond, dat wie doorrijdt over de ringweg, een verloederd voormalig

waaggebouw ziet, een leeg voormalig Groene Kruisgebouw, in Oene een gymzaal die

leeg komt.

Moeten we daar niets eens iets aan doen? Wordt het geen tijd te gaan nadenken over

bijvoorbeeld een leegstandsverordening? Wij zouden graag de mening van het college

daarover horen.

Wij overwegen een motie in te dienen

Hoe het met de gemeentelijke grondpositie staat is niet helemaal duidelijk en grotere

duidelijkheid kan wellicht nu niet verschaft worden, maar de opmerkingen die wij

maakten over de onzekere financiële toekomst gelden natuurlijk ook hier.

De startersregeling is succesvol en wordt door het college ook gecontinueerd. Daar is

onze fractie blij mee.

We waarderen ook de aandacht van het college voor cultuurhistorie. Daarom zouden wij

graag zien dat het college van kerkrentmeesters van de Grote Kerk in Epe op basis van

co-financiering ondersteund wordt bij het groot onderhoud en de verbouwing van de

kerk tot een voor meerdere doeleinden geschikte ruimte, met, in de woorden van het

college van kerkrentmeesters: “een flexibele inrichting voor zowel de eredienst als ook

ander gebruik van het gebouw”, zodat de kerk zijn “centrale plaats in de

dorpsgemeenschap” weer kan innemen. Uit de beantwoording door het college van

daarover gestelde vragen lijkt het alsof het daarover zelf met een nader voorstel zal

komen, maar zo nodig zullen wij ook daartoe een motie indienen.

Wij overwegen een motie in te dienen

Een mooi punt om mee te eindigen, lijkt ons.

Algemene beschouwingen bij de begroting 2012

De eerste vraag die wij, de fractie van de PvdA, ons stellen is: is de huidige begroting

solide? En het antwoord is, ook weer van onszelf: zéker - zo lang je let op de “interne

logica”. De begroting past in het collegeakkoord, in de perspectiefnota van dit voorjaar

en is getalsmatig sluitend. Geen wonder natuurlijk, want dit college en dit ambtelijk

apparaat hebben een langjarige traditie van financiële degelijkheid opgebouwd en van

die traditie wordt niet afgeweken. Opnieuw: hulde daarvoor.

Maar er is niet alleen een interne logica. De externe omstandigheden, die in de komende

jaren de werkelijkheid en onze mogelijkheden veel sterker zullen bepalen dan onze

lokale politieke keuzes, zijn de ontwikkelingen in de nationale economische en sociale

politiek en, voor zover het financiële stabiliteit betreft, de Europese en mondiale

ontwikkelingen.

Daarover dus eerst een paar opmerkingen.

Vanaf 2012 zal het accres weer meebewegen met de gecorrigeerde rijksuitgaven, maar

de minieme stijgingen die voor de daarna komende jaren worden verwacht zijn

gebaseerd op schattingen van macro-economische groei en wie eerlijk, is moet

bekennen dat er eigenlijk géén macro-economische indicaties zijn die aangeven dat zich

op korte en middellange termijn weer groei zal voordoen. En er is zeker onder de

huidige regering, met haar idolate fixatie op “de markt”, geen verschuiving van middelen

ten gunste van gemeenten te verwachten bij een niet of nauwelijks groeiend nationaal

inkomen. Sterker: de ervaring leert dat waar de regering gemeentelijke uitgaven al

omhoog dwong door gemeentes nieuwe taken op te leggen, het bijbehorende budget

vaak omlaag ging.

Daar komt bij dat de discussie over inkomsten en uitgaven, tekorten, in beladen termen

wordt gevoerd. Bijvoorbeeld in de zorg is het de gewoonte geworden de uitgaven te

omschrijven als “lasten”, die “de pan uitrijzen”, “onhoudbaar”, “onbetaalbaar” zijn, enz.

Niemand praat in die termen over bv. de kosten van communicatie: de moderne mens is

behangen met elektronische apparatuur om elk moment van het etmaal te kunnen

kwekken, twitteren, fotootjes en filmpjes delen, chatten, wat niet al. En elk jaar komt er

wel iets bij, zodat de uitgaven daaraan de afgelopen jaren werkelijk exponentieel

gegroeid zijn, maar van “de pan uitrijzen”, “onhoudbaarheid” enz. hoor je hier nooit. Het

nationale uitgavenpatroon verandert met de demografische samenstelling - zo simpel is

het. Geen enkele reden om over bepaalde uitgaven in alarmistische termen te spreken.

Iets vergelijkbaars (of juist omgekeerd, ’t is maar hoe je het bekijkt) geldt voor schulden.

Nederland is een land met een zeer hoge schuldquote. Niet vanwege de staatsschuld,

maar vanwege particuliere schulden, voor een goed deel hypotheekschulden. Over de

staatsschulden schreeuwt men moord en brand (bij voorkeur over andere landen:

Griekenland, Italië) maar als Klaas Knot van DNB (bepaald niet als eerste) zegt dat onze

gezamenlijke hypotheekschuld ons financiële systeem onstabiel dreigt te maken, dat er

daarom nu toch echt iets met de hypotheekrenteaftrek zal moeten gebeuren, merkt onze

premier kalmpjes op dat hij “het niet met de bankpresident eens is”. Terwijl toch in

2008 de kredietcrisis echt door (Amerikaanse) hypotheekschulden aan het rollen is

gebracht, of Rutte en Verhagen het daar “mee eens” zijn of niet.

Dus wat staat de Nederlandse gemeenten, wat staat ons in Epe te wachten: geen exogene

groei èn geen verschuiving. We zullen misschien wel een toenemend beroep moeten

doen op de ruimte die er nog zit in onze eigen belastingen: de OZB bijvoorbeeld.

Niemand is er natuurlijk vóór om die verder te verhogen, maar wie weet zal het niet

anders kunnen.

Het is daarom in ieder geval heel verstandig vast te houden aan bv. de oorspronkelijk

geraamde 3 miljoen aan ombuigingen. Er klonken in de commissievergadering geluiden

dat het allemaal misschien wel zal meevallen en dat van die 3 miljoen wel wat af kan. Die

verwachting/hoop is op werkelijk niets gebaseerd. Niemand, ook ik niet, hoopt dat

slechte verwachtingen uitkomen, maar aan de andere kant heeft het ook geen zin om ze

te verzwijgen. Wij overwegen een motie in te dienen

Nu dan specifiek enkele opmerkingen over concrete punten uit de begroting.

Toekomstvisie

Aangekondigd wordt een nieuwe toekomstvisie. Die zou eigenlijk al in 2010

gepresenteerd zijn (tot zover liep immers de vorige), later werd zij aangekondigd voor

begin 2011, maar nu dan toch binnenkort in dit theater. Enigszins verontrustend vinden

wij dan dat van het uitblijven van zo’n visie eigenlijk weinig gemerkt wordt. Dat roept de

vraag op: haalt het wel iets uit? Veel van wat we schreven in de Toekomstvisie Epe 2010

kan ongewijzigd zó in de nieuwe. Veel daarvan blijkt ook niet uitgevoerd. In het gebied

ten westen van de dorpenweg, waar natuurwaarden en rust voorop zouden staan, zijn of

worden inmiddels gewoon kassen en stallen voor intensieve veehouderij gebouwd. Het

lijkt op z’n minst nuttig eerst eens goed te bekijken wat er terecht gekomen is van de

vorige visie, voor we beginnen met het opstellen van een nieuwe. We moeten het beeld

van een gemeentehuis waar men zich voornamelijk bezighoudt met het heen en weer

schuiven van bedrukt papier niet méér voeden dan nodig is.

Duurzaamheid

Dat sluit aan op een ander “groot” onderwerp: Duurzaamheid

In Epe wil duurzaamheid nog niet echt belangrijk worden. Dat ligt natuurlijk ook aan de

houding van veel mensen dat ze in deze tijd wel iets anders aan hun hoofd hebben (wat

ook de houding is van de huidige regering). Maar een probleem dat op de lange duur

belangrijk is - zoals we in de door deze raad aangenomen motie “duurzaamheid” zelf

hebben geconstateerd - lost zich niet vanzelf op als er een tijdje geen politieke

belangstelling voor is. Voor Epe is van belang: Nederland behoort al sinds jaren tot de

wereldtop-3 van agrarische exporteurs: in 2010 waren we na de VS de grootste! Voor de

haast dichtst bevolkte staat ter wereld, met een op een huis-tuin-en-keuken globe

nauwelijks zichtbaar oppervlak, is dat natuurlijk een absurde situatie. De

staatssecretaris die hierover gaat schrijft dat, geheel in de geest van de tijd, toe aan

“topondernemerschap”. Hij had beter kunnen zeggen dat dat komt omdat we ons

aardgas verstoken in kassen, dat we van ons ooit zo mooie landschap één groot

bedrijventerrein maken met stallen waarvan de maat in hectares wordt bepaald, met

kassencomplexen waarvoor “glazen stad” allang niet meer een toepasselijke aanduiding

is - het is glazen land geworden. Er zijn landen die een concurrentievoordeel halen uit de

“uitverkoop” van hun arbeid - de mensen, kinderen vaak, werken daar haast voor niets -

Nederland haalt dat voordeel door de uitverkoop van natuur en ruimte.

Dat je dan bv. de EHS wegzet als een linkse hobby, dat duurzaamheid überhaupt van de

nationale politieke agenda is geschrapt, dat is wel consequent gedacht in de wereld van

korte-termijn eigenbelang, maar ook niet meer dan dát.

Steeds sterker worden ook de geluiden dat de volksgezondheid reëel gevaar loopt bij de

agrarische ontwikkelingen. Houden wij daar bij de afwegingen over het LOG wel

voldoende rekening mee? Gelukkig gaat het met dat LOG allemaal niet zo snel. Dat geeft

ons wellicht de mogelijkheid ook de meest recente gezondheidsrapportages mee te

nemen bij het maken van de definiteve plannen.

Wij overwegen een motie in te dienen

Wat ons heeft verrast is dat we de doelen op het gebied van afvalscheiding en -

hergebruik vooralsnog niet zullen halen, zoals onlangs terloops door het college is

meegedeeld. We vernemen nog graag hoe het college die doelen op termijn wèl denkt te

halen. Eén manier zou o.i. kunnen zijn dat het plastic wordt ingezameld m.b.v. containers

i.p.v. in wel uiterst kwetsbare plastic zakken.

Wij overwegen een motie in te dienen

Sociaal

Over enkele weken zullen we de werking van de WMO in de afgelopen tijd evalueren,

aan de hand van o.a. de benchmark WMO. We vinden het jammer dat deze benchmark

niet vóór deze begroting kon worden besproken, en nemen daarom de vrijheid er nu

toch al iets over te zeggen. De overall conclusie van de benchmark, weergegeven in een

zg. “thermometer”, luidt: De wmo-thermometer laat zien dat uw gemeente lager dan het

gemiddelde van uw gemeentegrootteklasse scoort en lager dan het gemiddelde van de

benchmark scoort. Een vrijwel identiek oordeel wordt gegeven over de

beleidsparticipatiemeter. Dat is toch niet iets om trots op te zijn. Terwijl we met het

buurtgericht werken in onze gemeente zulke goede goede ervaringen hebben opgedaan

(Berkenoord 2). Was niet VVD wethouder Lagerweij toen een van de initiatiefrijke

inspiratoren? We zouden op die ervaringen kunnen voortbouwen bij bv.

mentorprojecten om bewoners te “leren” succesvol buurtgewijs te werken. De gemeente

als initiator en facilitator bij het bevorderen van de “eigen kracht” van de burgers.

Mantelzorgers, op wie steeds meer een beroep wordt gedaan, verdienen in deze visie

óók de bijzondere aandacht en ondersteuning van de gemeente en wij roepen het

college op daartoe met voorstellen te komen.

Wij overwegen een motie in te dienen

Wij nemen aan, weten ook wel, dat het college zal komen met voorstellen en beleid op

deze punten. Wat ons dan treft, is dat waar we nog niet weten wat ons op deze terreinen

financieel te wachten staat, het college met grote blijmoedigheid geld uitgeeft of

reserveert voor een haast frivool te noemen onderwerp als bv. kunstgras. Voor die

investering hebben we gelukkig nog tot 2014 tijd om er nog eens goed naar te kijken,

maar wij willlen ons, om het zo maar eens uit te drukken, nadrukkelijk het recht

voorbehouden om meer middelen dan nu zijn voorzien beschikbaar te stellen voor het

minstens op benchmark-niveau brengen van onze WMO-voorzieningen.

Op de terreinen van werken, zorg, opvoeding zal het Rijk de komende jaren naar

verwachting tot een bedrag van 10 mjd doorschuiven naar de gemeenten - onder een

gelijktijdige korting van 2 mjd, voornamelijk via de wet WnV. Alles op het terrein van het

sociale programma zal dan samen zo ongeveer de helft van de gemeentelijke begroting

beslaan. Zijn we daarop voorbereid?

We herinneren het college graag (hoewel .. ) aan onze toevoeging via amendement op de

perspectiefnota van dit voorjaar:

“Ten aanzien van de decentralisatie van rijkstaken met (efficiency) kortingen,

wordt de gedragslijn gekozen dat de kortingen, om in de uitgangssituatie een

meerjarenbegroting te kunnen opstellen, in principe worden doorberekend aan

het betreffende taak/werkveld. Uiteraard kan de raad, op het moment van het

daadwerkelijk overdragen van de taken, eigen inhoudelijke en financiële

afwegingen maken.”

Wij overwegen een motie in te dienen

Over de WMO zal dus binnenkort uitgebreider gesproken worden en wij zullen dan ook

het schrijven van de WMO-adviesraad meenemen. Wat we in ieder geval willen

voorkomen, en daarin steunen wij de WMO-adviesraad, is dat armoede, of gebrekkig

sociaal functioneren, als het ware “erfelijk” wordt: je wordt voor een dubbeltje geboren

en zult dáárom nooit een kwartje kunnen worden.

Meer en meer gemeenten (ongeveer de helft nu al) passen social return toe, een manier

om onder andere langdurig werklozen en arbeidsgehandicapten via gemeentelijke

aanbestedingen zinvol aan het werk te helpen met uitzicht op een echte baan met een

fatsoenlijk salaris. Dat gaat dan via de zogeheten 5-procentsregeling: Gemeenten die

werk aanbesteden of diensten inkopen vragen bedrijven een percentage van de

aanbestedingssom te gebruiken voor het inzetten van bijvoorbeeld bijstandscliënten.

Ook de gemeente zelf kan zo’n regeling natuurlijk toepassen. Een social return-regeling

is geen vervanging van reïntegratiebeleid, maar ondersteunend daaraan. Wij horen

graag hoe het college over zulke arrangementen denkt.

Wij overwegen een motie in te dienen

De bebouwde omgeving

Wat valt je op als je zo eens door de gemeente Epe fietst?

Dat er een groot gat is gevallen in de gevelwand van de Dorpsstraat in Vaassen, dat wie

Epe vanuit het zuiden binnenrijdt, een groot leegstaand gebouw ziet waar vroeger

Ladders Post stond, dat wie doorrijdt over de ringweg, een verloederd voormalig

waaggebouw ziet, een leeg voormalig Groene Kruisgebouw, in Oene een gymzaal die

leeg komt.

Moeten we daar niets eens iets aan doen? Wordt het geen tijd te gaan nadenken over

bijvoorbeeld een leegstandsverordening? Wij zouden graag de mening van het college

daarover horen.

Wij overwegen een motie in te dienen

Hoe het met de gemeentelijke grondpositie staat is niet helemaal duidelijk en grotere

duidelijkheid kan wellicht nu niet verschaft worden, maar de opmerkingen die wij

maakten over de onzekere financiële toekomst gelden natuurlijk ook hier.

De startersregeling is succesvol en wordt door het college ook gecontinueerd. Daar is

onze fractie blij mee.

We waarderen ook de aandacht van het college voor cultuurhistorie. Daarom zouden wij

graag zien dat het college van kerkrentmeesters van de Grote Kerk in Epe op basis van

co-financiering ondersteund wordt bij het groot onderhoud en de verbouwing van de

kerk tot een voor meerdere doeleinden geschikte ruimte, met, in de woorden van het

college van kerkrentmeesters: “een flexibele inrichting voor zowel de eredienst als ook

ander gebruik van het gebouw”, zodat de kerk zijn “centrale plaats in de

dorpsgemeenschap” weer kan innemen. Uit de beantwoording door het college van

daarover gestelde vragen lijkt het alsof het daarover zelf met een nader voorstel zal

komen, maar zo nodig zullen wij ook daartoe een motie indienen.

Wij overwegen een motie in te dienen

Een mooi punt om mee te eindigen, lijkt ons.

is